Terug


16/03/2026

Interview met Jonge Denker Maud Seesing

Categorieën

Artikel

Elk najaar kunnen middelbare scholieren die het vak filosofie doen, een columns insturen over een thema. Een jury kiest op basis daarvan een aantal Jonge Denkers des Vaderlands uit.

Voormalig Jonge Denker Suzanna Kooijman interviewde één van de huidige Jonge Denkers: Maud Seesing

Interview met Maud Seesing, Jonge Denker des Vaderlands 2026 

Maud Seesing (18 jaar, Doldersum) is een van de zeven Jonge Denker des Vaderlands van 2026 - scholieren uit het middelbare onderwijs die een winnende filosofische column hebben geschreven. Het thema van dit jaar: Verdenken. In haar column pleit Maud voor verdenken vanuit nieuwsgierigheid, en niet vanuit angst. En verdenken, dat doet ze. In dit interview denkt ze ver over kinderfilosofie, het verschil tussen fysiek en mentaal ontdekken, en over welke woorden je hier nou (niet) voor nodig hebt.  

Hallo, Maud. Om te beginnen: Wat is jouw favoriete kinderboek? 

“De droom van Fabio”. Ik ben iemand die van paarden houdt, en vroeger las ik dan ook altijd paarden verhalen. Dit is een boek dat me echt wel is bijgebleven. Het verhaal wordt verteld vanuit de pony zelf. De pony is van een meisje dat heel erg gefocust is op presteren, op zoveel mogelijk rijden en zoveel mogelijk punten halen. Eigenlijk gaat dat ten koste van het leven van de pony; hij staat de hele dag op stal en hij krijgt weinig eten. Op een gegeven moment een ander meisje zijn eigenaar en dan heeft hij juist weer plezier. Dat vond ik erg mooi. 

Kan je jezelf hierin herkennen? 

Ja. Op school kan ik ook best prestatiegericht zijn. Maar ik leer wel steeds meer te genieten, ook omdat ik snap dat je niet altijd aan je eigen verwachtingen kan voldoen. En als iets niet lukt, vind ik het ook belangrijk om het los te kunnen laten. 

Kan jij je jouw eerste “filosofische” vraag herinneren? 

Ik was vroeger echt zo’n meisje dat altijd vroeg naar de “waarom”. “Waarom is de lucht blauw?”, bijvoorbeeld. De eerste vraag die nu bij mij opkomt, is "Waarom moeten wij naar school?”, die heb ik aan mijn moeder gesteld. Ik denk wel dat ze daar antwoord op heeft gegeven, want het voelde daarna afgesloten voor mij. Maar ik denk ook dat het een standaardantwoord is geweest - iets in de trant van “dat heb je nodig als je later wilt werken”.

En nu je zelf bijna de middelbare school gaat verlaten, heb je al beter door waarom je naar school gaat? 

Nee, eigenlijk niet. Ik vraag het me soms nog steeds af, ook al vind ik het hartstikke leuk om alles te leren. Maar de “waarom” weet ik nog steeds niet. 

Hoe denk jij dat we filosofie zouden kunnen leren aan kinderen? 

Ik denk door middel van verhalen en TV-programma’s, wat nu al bezig is. Ik kan me een TV-programma op de basisschool herinneren, dat over een haas ging en zijn vrienden, en vooral over wat vriendschap was. Nu ik wat ouder ben zie ik dat dat een filosofische achtergrond heeft, maar ook heel praktisch was. Kinderen kunnen het echt toepassen. 

Ik denk ook dat gesprekken in de klas belangrijk zijn, zowel tussen volwassenen en kinderen als tussen kinderen onderling. Ik denk dat een volwassene zou kunnen beginnen met een inleiding of een vraag, en dat de kinderen daarna ruimte krijgen om iets te doen, een tekening maken bijvoorbeeld. Het liefst in groepsverband: kinderen kunnen elkaar daarin versterken en helpen. Een volwassene zou bijvoorbeeld een onderwerp kunnen noemen en kinderen daar op kaartjes iets over op laten schrijven, en ze vervolgens met elkaar over die kaartjes in gesprek laten gaan. 

Wie denk jij dat het meest filosofisch is: een kind of een volwassene? 

Ik denk dat kinderen meer filosofisch zijn, maar dat ze nog niet de woorden hebben om het uit te drukken. Ze zijn filosofisch zonder taal, en daarom veel speelser. Ze vragen zich ook meer dingen af. Kinderen zijn altijd op zoek naar antwoorden, en als je ouder wordt neem je - denk ik - meer genoegen met “het is nou eenmaal zo”. 

In je eigen column pleit je voor nieuwsgierigheid. Denk je dat kinderen van nature nieuwsgieriger zijn dan volwassenen? 

Ja, ik denk het wel. Als kind moet je alles nog leren. Ik denk dat “ontdekkend” een goed woord is, en dat gaat altijd wel gepaard met nieuwsgierigheid. 

Ben jij zelf nu ook minder ontdekkend dan dat je was als kind?

Nee, ik denk het niet. Ik denk wel in een andere vorm. Vroeger was ik vooral heel fysiek ontdekkend; dingen in je mond stoppen en graven in de grond bijvoorbeeld. En later leer je veel meer te doen en ontdekken door te denken, en wordt het veel minder fysiek. Anderzijds, als je een nieuwe sport gaat doe, ben je wel weer fysiek aan het ontdekken. 

Welk onderwerp binnen de filosofie lijkt jou het meest belangrijk om te bespreken met kinderen? 

Ik denk wetenschapsfilosofie. Ik denk dat dat een mooie ingang is, een mooie manier om te starten met filosofie. Of ethiek, maar ik weet niet of waarden en normen al goed te vatten zijn in een kinderhoofdje, dus dan is het misschien beter om te beginnen met filosoferen over kennis op zich. Al bedenk ik me nu dat anti-pest lessen wel al bestaan, dus misschien lukt ethiek leren aan kinderen toch wel, want die gaan immers ook over het verschil tussen goed en fout. 

Hoe zou jij aan een kind uitleggen wat filosofie precies is? 

Ik zou zeggen: Filosofie is je eigen stem vinden, door het gebruiken van je eigen gedachten. Vooral bij jongere kinderen is het fijn om ze niet meteen andere mensen hun opvattingen en meningen en waarden te vertellen, maar juist te vragen naar wat ze zelf vinden. Zo kunnen ze leren hun mening te vormen. Ik denk dat kinderen echt al een eigen stem hebben, en dat die soms onderdrukt kan worden door externe factoren, zoals ouders. Kinderen zijn best slim, maar ze hebben niet altijd de woorden. Ik denk dat het zou helpen als we op die woordenschat focussen als we kinderen willen leren filosoferen.  We moeten ze helpen om woorden te vinden om duidelijk te maken wat ze willen zeggen. 

Zouden kinderen ons ook kunnen helpen? 

Ja. Ik was laatst op mijn werk, op een boerderij, en daar was net een hond overleden. Ik vroeg aan het zoontje van de boer of hij verdrietig was, en hij zei: “Nee, niet meer, maar ik mis haar nog wel.” Ik zou dat gevoel van missen als verdriet hebben aangezien. Terwijl het misschien inderdaad een ander gevoel is: je kan natuurlijk iemand missen, en dat kan zorgen voor verdriet, maar het is niet hetzelfde. Dus dat vond ik heel wijs van hem. 

Als hij wel al de woorden had gehad die ik associeer met verdriet, dan had hij het misschien niet zo gezegd. 

Als jij een filosofisch kinderboek zou schrijven, waarover zou dat zijn? 

Dit is misschien heel voor de hand liggend, maar over een rups die een vlinder wordt. Dat je in het hoofd van de rups kruipt, en dat je leest dat wanneer hij een vlinder wordt hij andere vlinders gaat vragen over rups-zijn. En dat ze er zo samen achter komen dat ze ooit rupsen zijn geweest. Ik wil sowieso al heel lang schrijver worden, ik heb altijd al verhalen geschreven. Dat is een beetje wie ik ben; daar zit geen “waarom” achter. 

 

Maud Seesing

Partners & organisaties

Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!