Terug

Auteur: Suzanna Kooijman

06/04/2026

Wat vinden kinderen van de boeken op de shortlist van de Ludoq?

Categorieën

Verslagen Artikel

Voor de Week van de Kinderfilosofie ben ik -Suzanna Kooijman- op bezoek bij de Eerste Nederlandse Buitenschool in Den Haag. In het ruime gebouw, omringd door een prachtig bos, neem ik interviews af met verschillende kinderen over de vijf boeken die op de Shortlist van de Ludoq staan: de prijs voor het Beste Filosofische Kinderboek van het Jaar. Deze prijs wordt elk jaar uitgereikt door een jury die, naast deskundig, wel volledig volwassen is. De vraagt blijft daarom: wat vinden de kinderen zelf van de boeken? 

Albatros, Yorick Goldewijk   

We beginnen de dag met het boek Albatros, geschreven door Yorick Goldewijk. Albatros volgt het hoofdpersonage Abel, die op een ochtend wakker wordt en ontdekt dat iedereen om hem heen - ook zijn ouders - in een dier veranderd is. In zijn eentje trekt Abel er op uit om op zoek te gaan naar antwoorden, en, hopelijk, naar andere mensen. Maar wat als het enige andere overgebleven mens een Noorderling blijkt, een volk waar Abel en andere Zuiderlingen al jaren oorlog mee voeren? 

Bij mij aan tafel zit Maas, uit groep 8, die op dit moment halverwege het boek is. 

Als eerste wil ik natuurlijk weten wat Maas zou doen wanneer hij ‘s ochtends wakker zou worden en zou ontdekken dat iedereen om hem heen in een dier was veranderd. Nou, denkt Maas, hij zou natuurlijk enorm schrikken. Maar hij zou ook heel nieuwsgierig zijn! In tegenstelling tot Abel, weet hij echter niet zeker of hij wel iemand is die op zoek zou gaan naar sporen. Hij zou zich vooral veel afvragen. 

Toch wijst zijn antwoord op de vraag “In welk dier zou jij willen veranderen?” wel op gevoel voor avontuur: “Een vogel. Die kan overal naar toe. Die is vrij. Dat lijkt me leuk dat je overal naar toe kan gaan waar je wil, en dat je overal kan ontdekken.”

Sowieso blijkt het gebrek aan vrijheid één van de nadelen van het mens-zijn. Want, vind Maas: “Dieren lopen meer de wijde wereld rond, mensen zitten vaak op dezelfde plek.

Dier-zijn blijkt daarnaast meer voordelen te hebben. Maas noemt er enkele: 

  • Dieren hebben een vacht, dus die zijn warmer in de winter.
  • Dieren hoeven zich niet te schamen als ze geen kleren aanhebben.
  • Dieren mogen in de natuur leven, en de natuur is mooi (vooral het regenwoud en de savanne).
  • Als je als dier een ander dier dood word je niet naar de gevangenis gestuurd. 

 

Maar dat laatste punt - daar staat dan weer tegenover dat je als dier een stuk minder veilig bent dan als mens. Maas citeert de befaamde bioloog en TV-presentator Freek Vonk: “In het wild is het eten, of gegeten worden.” Hij zou het als dier vooral missen dat hij veilig over straat kon lopen, zonder bang te zijn voor roofdieren en stropers. En wat hij nog meer zou missen? “Een huisdier hebben, en verhalen bedenken.” Maas heeft sinds kort een hamster, vandaar. Hij heeft ook thuis een dictafoon, waarmee hij verhalen opneemt. Hij beseft dat dat toch best lastig zou zijn voor een dier, zo zonder vingers. Sowieso betwijfelt Maas of dieren wel in staat zijn een verhaal te vertellen. Hij denkt van niet. “Ik denk niet dat een dier een creatief verhaal kan verzinnen over een jongen in een oerwoud, bijvoorbeeld.”

Hoewel wij als mens nooit echt kunnen weten hoe het is om een dier te zijn. “We stellen onszelf eigenlijk niet voor dat dieren ook een leven hebben. Stel je eens voor dat je het leven uit dierenogen zou kunnen zien - als jouw ziel in een dier zat, dan maakte je dat allemaal mee, als dier.”

Desondanks doet Albatros daar een dappere poging toe, en dat is één van de pluspunten, volgens Maas; de dieren in Abels wereld behouden nog steeds hun eigen, menselijke persoonlijkheden. Abel heeft bijvoorbeeld niet gewoon twee herten als ouders, maar een hert als moeder en een hond als vader. Net als Abel denkt Maas dat de wereld misschien wel beter af zou zijn als we echt allemaal in dieren zouden veranderen. De mens is immers de oorzaak van klimaatverandering, en vervuilt de wereld. “En dieren zijn de natuur, die leven daar, dus die vervuilen het niet,” aldus Maas. 

Hopelijk beseffen wij als mens op tijd dat óók wij in de natuur leven, want hoe het anders met ons afloopt … daarvoor zal je Albatros moeten lezen. 

Duizend Stukjes Overal, Mariska Overman 

In Duizend Stukjes Overal krijgt brugklasser Mijs een rouwrobot van haar ouders, om haar te helpen met het verwerken van de dood van haar broertje Joes. Deze AI-versie van haar broertje is, volgens Mijs, “necht”; een combinatie van “nep” en “echt” - hij lijkt exact op Joes, maakt dezelfde grapjes als Joes, weet precies alle dingen die Joes ook wist en kan zelfs nieuwe herinneringen maken wanneer Mijs tegen hem praat. Toch blijft deze Joes nep, een computerprogramma. Samen met Bowie, Joes’ beste vriend, probeert Mijs om te gaan met dit “nechte” broertje en met het leven zonder de echte Joes. 

Ik bespreek Duizend Stukjes Overal met Kyrié (groep 8), Thijs (groep 8) en Ase (groep 7). 

Allereerst wil ik weten of zij het zelf fijn zouden vinden om een “rouwrobot” te hebben van iemand die overleden is. Hun reactie, in tegenstelling tot die van Mijs, laat weinig ruimte voor twijfel: “Nee.” klinkt het in koor. Kyrié zegt geen “clanker” te willen - voor de lezers van 16 jaar en ouder: jullie kennen het woord misschien nog wel van Star Wars. Vanaf 2025 wordt het vooral gebruikt als slang-term voor artificiële intelligentie, en dan bovendien met een denigrerende ondertoon. Wel zijn alle drie de kinderen bekend met ChatGPT, al is het gebruik ervan verboden door hun ouders. Maar voor een sinterklaasgedichtje of twee blijkt het toch een handig iets … 

Toch zien de kinderen een rouwrobot niet zitten; dat is natuurlijk niet de echte persoon. “Waarom niet?” vraag ik. Kyrié, kort maar krachtig: “Omdat het ChatGPT is.” Thijs vergelijkt het met een poppetje in een videogame. Ase beaamt dat met het commentaar: “Hoe leuk ik de paarden in mijn games ook vind, ze zijn niet echt aan de andere kant van het scherm.” Bovendien denkt ze dat een rouwrobot het verdriet alleen maar zou verergeren, omdat je jezelf op die manier fopt en blijft denken dat de dode persoon er nog steeds is. Het zal je alleen nog maar meer gehecht maken aan de dode persoon, menen de kinderen. 

Op mijn opmerking dat het Mijs wel lijkt te helpen met haar verwerking, antwoordt Kyrié droog: “Dat is een boekpersoon.” De andere twee zijn het daar mee eens: boekpersonen zijn geen echte mensen. “Soms heb je boekpersonen die alles moeten redden omdat ze de “main character” zijn, of dat alles vredig is tot ze tien jaar oud worden en dat de hele wereld dan vergaat. Maar zo gaat het niet in het echte leven.” Verder vinden ze alle drie het boek wel goed geschreven, maar snappen ze Mijs als personage niet. Ase herkent wel het gevoel wat Mijs heeft, dat haar broer nu in duizend stukjes overal bestaat. Zelf had ze een paard dat een tijd geleden overleden is, en van haar heeft ze nog een foto, een halster, wat haar en een knuffel die op haar lijkt . Ook allerlei kleine stukjes, dus. 

Ze kunnen zich goed inleven in Mijs’ rouw, maar hun mening over een mogelijke “rouwrobot” blijft onveranderd. Ik vraag hen of ze denken dat iemand toch geen nieuwe herinneringen zou kunnen maken met een AI-versie van een overledene, maar ook daar zijn ze sceptisch over. 

Ase (grappend): Je zou de laptop op de schommel kunnen zetten en hem duwen

Thijs: Als ik zo’n robot had, zou ik hem slopen

Kyrie: Ik zou de powerbank eruit halen

Thijs: Of hem aan mijn ouders geven

Concluderend: een rouwrobot is op dit moment nog geen gat in de markt. 

Complot, Jan Paul Schutten 

Complot van Jan Paul Schutten doet denken aan een geheim dossier: elk hoofdstuk behandelt een complottheorie, zowel bekend als onbekend. Schutten zet de precieze redeneringen en verhalen achter elk complot uiteen, interviewt experts en complotaanhangers, en berekent uiteindelijk de kans dat elk complot ook echt waar blijkt te zijn (“Kleiner dan de kans dat er nu een mier uit dit boek kruipt die het volkslied van Kalmukkië achterstevoren in het Zweeds zingt”). Daarnaast staat het boek vol met praktische tips over hoe je met misinformatie om kan gaan. 

Ik interview Jelle, uit groep 7. 

Jelle wist al voor hij het boek las van het bestaan van complottheorieën, maar zelf kent hij geen complot-aanhangers. Hij zegt normaal niet boeken in dit soort stijl te lezen. Het boek is avontuurlijk en spannend geschreven, zegt hij, en normaal leest hij zelf ook wel avontuurlijke en spannende boeken, maar die boeken hebben allemaal een hoofdpersoon. Complot heeft geen hoofdpersoon, maar in plaats daarvan allerlei verschillende verhalen. Ook leuk, vind Jelle.  

Het boek blijkt ook grappig te zijn: vooral het in de inleiding genoemde citaat, over hoe klein de kans nou precies is dat een complot waar is, maakte hem aan het lachen. Daarnaast is het boek vrij spannend: Het behandelt niet alleen complotten als “Is de maanlanding in de scène gezet?”, maar ook Big Oil: dat grote bedrijven in de olie-industrie invloed uitoefenen op de wetenschap om twijfel te zaaien en zo hun winst veilig te kunnen stellen. Op de vraag of hij zelf in Big Oil gelooft antwoord Jelle: 

Ik denk het eigenlijk niet echt. Ik denk dat het niet echt is, want: hoezo zouden ze dat doen? Maar ik denk dat dat ook vanwege mijn eigen mening is. Ik zou zelf dat soort dingen niet doen voor geld, dus ik denk ook niet dat anderen dat zouden doen.”

Maar juist dat maakt het boek Complot zo intrigerend. Jelle kan het boek aanraden aan “mensen die van avontuur houden en die graag het boek ingezogen worden. De schrijver zet op een speciale manier twee meningen neer, dat maakt het spannend.” 

Zelf kan hij ook wel snappen dat er mensen zijn die, bijvoorbeeld, in een platte aarde geloven. “Ja. Ik snap dat als je vanuit het raam naar de horizon kijkt dan het dan heel erg lijkt alsof de aarde plat is, al is hij eigenlijk rond. Maar dan denk je “oh, hij is plat, dus dan zal het wel zo zijn.” Complottheorieën over Covid-19 vindt hij dan weer suf, omdat de mensen die er in geloven er zelf bij waren, dus echt wel zouden moeten weten dat het anders zit. Wel heeft hij vroeger in UFO's geloofd. “Maar dat doen kleuters nu eenmaal.” 

Schutten speelt in het boek met het vertrouwen van de lezer. Op de laatste bladzijde blijkt dat de geïnterviewde experts en complot aanhangers verzonnen personages zijn. Dat blijkt effectief: voor Jelle was het in ieder geval een verrassing. “Dat maakt dat je denkt: “Huh? Hoe kan dat?” en dat is best leuk.” De illustraties van het boek, verzorgd door Koen Aelterman, en de zwarte pagina’s in plaats van wit maken dat het boek er heel bijzonder uit ziet vergeleken met een normaal boek, aldus Jelle. 

We sluiten het gesprek af met de vraag of wetenschap belangrijk is. 

Ik denk het wel, maar ik ben meer geïnteresseerd in andere dingen, zoals reizen.”

En waar hij zelf het liefst heen zou willen reizen? 

Amerika. Maar pas als Trump weg is.”

Toen Iedereen Ons Kwijt Was, Wouter Klootwijk

Toen Iedereen Ons Kwijt Was van Wouter Klootwijk begint met een geluk bij een ongeluk: Pom en Siem ontmoeten elkaar wanneer hun vaders tegen elkaar opbotsen in het verkeer. Vanaf die dag zijn ze onafscheidelijk. Samen maken ze de gekste dingen mee: een meisje dat op een koe rijdt, een ekster die een haas helpt, en een oud echtpaar dat elke avond restjes macaroni aan de vissen voert. Wanneer de visserman van het dorp niet meer uit kan varen vanwege de hoge dieselprijzen, weten Pom en Siem precies wat ze moeten doen … 

Ik interview Nore, uit groep 7. Nore werkt graag mee aan het interview, omdat ze beroemd wil worden. Ze vertelt me dat ze liever niet naar TV-programma’s kijkt waar kinderen van haar eigen leeftijd in spelen, omdat ze dan jaloers wordt. Ze wil zelf ook graag op TV; en dan vooral nu ze nog kind is. Maar je moet ergens beginnen op de ladder naar roem, dus voor nu interview ik Nore over Toen Iedereen Ons Kwijt Was. 

Het boek is Nore elke avond voorgelezen door haar moeder. Nore geeft aan zelf liever te spelen dan te lezen: dan is er tenminste iets te doen! Gelukkig is er ook genoeg te kijken in het boek, dat vol staat van prachtige illustraties van Esther Leeuwrik, die een duidelijk kenmerkende stijl heeft. Haar zusje wist in ieder geval meteen wie de plaatjes getekend had, verteld Nore. Het mooiste plaatje vindt ze die in het midden van het boek, waarop Pom en Siem te zien zijn terwijl ze door een weiland struinen. Nore vindt het vooral het mooiste plaatje omdat het twee hele bladzijden in beslag neemt, en er lekker veel te kijken is. 

Kijken schijnt ook belangrijk te zijn in een vriendschap, blijkt wanneer ik het met Nore over beste vrienden heb. Ze heeft er veel, zegt ze, al gaat ze liever haar eigen gang. 

Maar als ik er naar kijk vind ik het al mooi, die vriend. Want ik vind het uiterlijk vooral bijzonder. Het is gewoon heel mooi.

Haar favoriete hoofdstuk in het boek is wanneer Pom en Siem macaroni voeren aan de vissen. Nore zou dat zelf ook best een keer willen proberen, maar geeft ook eerlijk toe dat ze de macaroni liever zelf opeet. Pom en Siem stuiten in het boek op hetzelfde probleem: de macaroni is te lekker, en er blijven geen restjes meer over om aan de vissen te voeren. 

Ik vraag Nore of ze denkt dat de wonderlijke dingen in het boek, zoals de ekster die met een haas praat en het meisje dat op een koe rijdt, echt zijn gebeurd. Nore slaat het boek open op de laatste pagina en wijst naar het nawoord van de auteur: “Denken? Ik denk het niet alleen, het staat hier. Dat zegt de schrijver.” In het nawoord van het boek belooft Klootwijk inderdaad alles wat in het boek geschreven staat echt gezien te hebben. Dat is ook waarom Nore denkt dat hij het boek geschreven heeft, “om ons over de verhalen te vertellen.” En misschien klopt het ook wel: tegen het einde van het interview hupst er een boomklever tegen het muurtje naast het raam op. “Kijk, een vogeltje!” zegt Nore. “Misschien gaat hij wel een haas helpen!

Lucy En Donker, Karst-Janneke Rogaar 

Lucy wordt op een avond aangesproken door een onbekende stem op haar kamer: het blijkt Donker te zijn, die graag met haar wil praten. Hoewel Lucy eerst bang voor hem is, blijkt Donker uiteindelijk helemaal niet zo eng te zijn als gedacht. Samen sluipen ze de nacht in, op zoek naar het geheim van Donker. Elke bladzijde is prachtig geïllustreerd door Karst-Janneke Rogaar. 

Ik heb het over Lucy en Donker met Yoah, Thies en Levi, alle drie uit groep 3. 

Het eerste wat naar voren komt tijdens de bespreking van het boek is dat, hoewel de nachtelijke pagina’s (naar mijn mening) prachtig geïllustreerd zijn met verschillende tinten blauw, alle drie de kinderen de pagina helemaal op het begin en helemaal op het einde het mooist vinden: de zonsondergang en de zonsopgang. Het zijn de enige bladzijden van het boek die voorzien zijn van andere kleuren. De andere bladzijden vonden ze een beetje saai, al zeggen ze wel “alles gevonden te hebben” op de pagina’s Als lezer moet je goed zoeken naar Lucy en de dieren van het bos. 

Ook als ik vraag naar of ze het verhaal mooi vonden, komt er hetzelfde uit: 

Thies: Ik niet zo. Ik vond het einde wel mooi.

Levi: Ik vond het mooi, omdat er kleuren bij zitten. 

Yoah: Een beetje. Vooral het einde, waar Lucy is. 

Thies, samenvattend: Dus we vonden allemaal hetzelfde mooi. 

Ik vraag ze of ze zelf een vriend zouden kunnen zijn van het donker, zoals Lucy dat is. 

Yoah zegt van niet, dat hij het liefst bij zijn moeder slaapt. Thies doet altijd zijn nachtlampje aan, dus dan valt het donker wel mee. En Levi vindt donker gewoon de ruimte. Zo belanden we in een discussie wat donker nou precies is: Thies vindt donker bijvoorbeeld eerder de kleur bij de maan, en zeker wel twee keer zo donker als de kamer waar we nu in zitten, om 12 uur ‘s middags op klaarlichte dag. 
Uiteindelijk proberen we te verzinnen hoe het donker zou klinken, als het zou kunnen praten. Yoah gelooft dat het spookachtig zou klinken, en laat horen wat “spookachtig” precies inhoudt: “oei oei oei oei oei.” Er wordt ook een nieuw woord het leven in geroepen: het donker zou “verslaagbaar” zijn. Er wordt mij uitgelegd dat “verslaagbaar” betekent dat iets verslagen kan worden, “zoals een pokémon in een gevecht.” Het donker is dus van geen van de 3 kinderen echt een vriend, al benadrukken alle drie de jongens er ook niet bang van te zijn, net als Lucy.

Wat vonden deze kinderen van de shortlist boeken?

Partners & organisaties

Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!